|
Inseminatie met "eigen"zaad
Inseminatie betekent het inbrengen van zaadcellen in de baarmoeder
vlak voor de eisprong. Dit kan gebeuren met sperma van de verminderd
vruchtbare man of met zaadcellen van een donor bij paren met een
onvruchtbare man.
De belangrijkste reden om een inseminatie uit te voeren met "eigen
zaad" is een verminderd aantal zaadcellen in combinatie met
een onvervulde kinderwens sinds minimaal 1 jaar. Ook de aanwezigheid
van antistoffen tegen zaadcellen in het sperma kan een reden zijn.
Soms wordt ook bij onbegrepen onvruchtbaarheid een inseminatie toegepast,
maar deze bbehandeling is niet bewezen beter te zijn dan bijvoorbeeld
gewoon afwachten. Ook als de samenlevingstest een goed resultaat
heeft opgeleverd is de inseminatie van twijfelachtig nut.
De inseminatie wordt uitgevoerd door de gynaecoloog. Belangrijk
is evenwel dat het sperma wordt "opgewerkt" vooraf gaande
aan de inseminatie. In het laboratorium worden dan de zaadcellen
gescheiden van de spermavloeistof, omdat hierin stoffen aanwezig
zijn die ongunstig zijn voor de baarmoeder. De goed bewegende zaadcellen
worden in het laboratorium gescheiden van de slecht bewegende en
onbeweeglijke zaadcellen. Het bewerken van het sperma leidt dus
tot een concentratie van goede zaadcellen zonder spermavloeistof,
die ingebracht kan worden in de baarmoeder. Een verrijkt sperma
monster dient minimaal 1 miljoen goed bewegende zaadcellen te bevatten
om de inseminatie kansrijk te maken, hoe meer zaadcellen des te
groter het succespercentage.
Verder is ook een goede timing van de eisprong belangrijk voor een
goed resultaat. Met behulp van een temperatuurslijst of een hormoonbepaling
in bloed of urine kan het tijdstip van inseminatie worden bepaald.
Veel gynaecologen geven er de voorkeur aan de cyclus te sturen met
een hormonale kuur. Dit heeft een iets verhoogd risico op meerlingzwangerschappen.
Een inseminatie vindt 1 keer per cyclus plaats, meestal word gedurende
6 opvolgende cycli geinsemineerd. De meeste zwangerschappen treden
op in de eerste 3 cycli. Meer dan 6 cycli is meestal niet zinvol
omdat het aantal zwangerschappen laag is na 6 pogingen. Het succespercentage
is erg afhankelijk van de reden van inseminatie, de duur van de
vruchtbaarheidsstoornis, de leeftijd van de vrouw en de kwaliteit
van de zaadcellen na bewerken. Het succespercentage varieert van
15 tot 35% na 6 behandelingen.
Inseminatie met donorzaad
nseminatie met donorzaad is een keuze mogelijkheid voor paren waarbij
de man geen zaadcellen maakt of een genetische aandoening heeft
die kan leidden tot afwijkingen bij het nageslacht. Ook paren met
een mislukte reageerbuisbevruchting, waarbij geen bevruchting van
de eicellen is opgetreden kunnen kiezen voor het gebruik van donorzaad.
Donoren worden door de diverse spermabanken in Nederland getest
op geslachtsziektes en gezondheidskenmerken. Meestal gaat het om
mannen met een gezin, die in hun kennissenkring een paar met onvervulde
kinderwens hebben. Net als bloeddonatie kan de potentiele donor
beslissen zijn sperma af te staan aan de spermabank. Deze krijgt
hiervoor meestal geen betaling, het is in Nederland geen commerciële
activiteit.
Van de donor worden enkele lichaamskenmerken geregistreerd, zoals
lengte, huidskleur, ras, kleur ogen en kleur haar. Tevens wordt
gevraagd naar ziektes bij de donor of in zijn familie, met name
erfelijke ziektes zijn een reden om een donor te weigeren.
De donor staat zijn sperma af aan de spermabank met de bedoeling
dat dit gebruikt wordt voor onvruchtbare paren. Doorgaands wenst
de donor anoniem te blijven en wil geen contact met de ouders of
het kind. Die anonimiteit werkt ook in omgekeerde richting: nog
de ouders, nog het kind kunnen later achterhalen wie de donor is
geweest, tenzij er medische redenen zijn. De gegevens van de donor
worden wel lang bewaard.
Donor kinderen zijn doorgaands gezonde kinderen (er vond een selectie
plaats van donoren wat betreft gezondheid en erfelijke risico`s)
zonder de identiteits problemen zoals die voor kunnen komen bij
sommige adoptie kinderen. Vaak besluiten ouders van een donorkind
tot een tweede donorkind, bij voorkeur van dezelfde donor. Vaak
kan dit verzoek worden gehonereerd.
|
 |
  |
 |
|