|
Voordat het paar besluit een inseminatie-behandeling
of een reageerbuisbehandeling te ondergaan
is het belangrijk dat de man, net als de vrouw, is onderzocht en
een diagnose is gesteld. Het toepassen van voortplantingstechnieken
bij mannen met sperma-afwijkingen zonder gedegen onderzoek is soms
overbodig en risicovol voor het nageslacht. Soms zijn sperma-afwijkingen
gemakkelijk te corrigeren met een eenvoudig advies (bijvoorbeeld:
"stop tijdelijk met topsport; draag geen isolerend ondergoed;
stop bepaalde geneesmiddelen") een geneesmiddel of een kleine
operatie. Als er sprake is van zeer slecht sperma of het ontbreken
van zaadcellen dient een lichamelijk onderzoek van de geslachtsorganen
verricht te worden en aanvullend genetisch onderzoek. Ook kan het
voor het paar belangrijk zijn om te begrijpen waarom het sperma
afwijkend is: bij ruim de helft van de mannen wordt een oorzaak
gevonden. Tevens zal de komende jaren de kennis over de verschillende
genetisch bepaalde vormen van mannelijke onvruchtbaarheid toenemen.
Bij een aantal mannen met onbegrepen onvruchtbaarheid zal in de
toekomst een genetische afwijking aanwijsbaar zijn. Momenteel heeft
de techniek (bijvoorbeeld de ICSI-behandeling) een voorsprong op
onze kennis van mannelijke onvruchtbaarheid. Dit roept terecht allerlei
vragen op over de veiligheid van moderne voortplantingstechnieken.
Onduidelijk is nog hoeveel genetische afwijkingen zich zullen openbaren
bij de "ICSI kinderen", zowel bij de geboorte als in het
latere leven. Langdurig vervolgonderzoek van kinderen geboren na
IVF- en ICSI zal antwoord geven op deze vraag.
In de volgende paragrafen zullen kort de verschillende voortplantingstechnieken
worden besproken, met name de keuze van de behandeling komt aan
bod. Voor uitgevreide informatie over inseminatie en reageerbuisbevruchting
verwordt verwezen naar de informatieboeken over dit onderwerp.
|
 |
  |
 |
|